Pag. 458 Anjet Daanje - De januarikuur 3 november 2006 - N 53 Pag. 459
eerste afl.vorige afl.volgende afl.sitemapwww.anjetdaanje.nl

richtingen verstelbaar. Terwijl Yolanda opstond reed hij bescheiden een paar centimeter naar achteren.
Ze gaf Warja een professionele hand. ‘Leuk je weer eens te zien.’ Aan Dizzy stelde ze zich met haar voor- en achternaam voor. ‘Ik had al van je bestaan gehoord,’ zei ze toen hij uitlegde wie hij was. ‘Laten we op de bank gaan zitten. Dat praat wat makkelijker.’ Van haar bureau pakte ze een notitieblok en een zilveren pen. Ze nam op de korte zijde van de crème hoekbank plaats, zodat ze Warja en Dizzy in het gezicht kon kijken. In een elegante en tegelijkertijd zakelijke pose kruiste ze onder een kort donkergrijs rokje met fijn krijtstreepje haar in een panty gehulde benen over elkaar. De hoge hak van haar linkerschoen zweefde net boven de vloer.
Warja wist zich minder goed raad met haar houding. De diepe, zachte bank nodigde uit tot onderuitzakken. Maar in een omgeving als deze hoorde dat niet. Zelfs niet als je gewoon bij je familie op bezoek was. Dit kantoor had haar zus in een imposante onbekende veranderd op wie geen van Warja’s bedenkingen van toepassing kon zijn.
In tegenstelling tot wat Warja van Yolanda gewend was, draaide ze niet om

de hoofdzaak heen. Ze had geen steken onder water voor Warja in voorraad, ze wilde Dizzy niet voor zich winnen, ze trachtte geen indruk te maken door te zinspelen op haar positie binnen Dudocq, ze beraamde geen geniepige listen. Ze vroeg hen alleen heel praktisch uit over de fraude in De Litsenburg, en maakte aantekeningen.
Op de een of andere manier was het duidelijk dat Dizzy het woord zou doen. In eerste instantie was hij onder de indruk van de tentoongespreide Dudocq-macht. Hij gaf stuntelige, korte, weinig bezielde antwoorden op de gestelde vragen. Pas toen hij merkte dat hij werkelijk serieus werd genomen, kwam hij los. Hij begon uit te weiden en bedacht ter plaatse nieuwe verklaringen, waarbij de feiten soms ernstig in het gedrang kwamen.
Yolanda liet hem geduldig uitpraten, maar daarbij rustte haar pen veelzeggend in haar schoot. ‘Ik begrijp het,’ sloot ze zijn volgende verhaal kort. ‘Warja, beschrijf jij eens hoe in jouw ogen de situatie in De Litsenburg is.’ Vroeger had ze Warja, omdat die zich het liefst kortaf aan de feiten hield, wel eens kleinburgerlijk genoemd. Nu was het kennelijk net de eigenschap die ze nodig had.

Warja legde punt voor punt hun ontdekkingen en de bijbehorende conclusies uit. Yolanda stelde op het juiste moment de juiste vragen. De door haar gemaakte bezwaren, de aan de orde gestelde kwesties, waren precies de zwakke punten in het betoog die Warja ook al had opgemerkt. Soms was ze Warja zelfs een stap in de gedachtegang voor. Na het gemodder met Kybele, de Litsenburg-cliënten, en met Dizzy had Warja het bevreemdende gevoel dat ze eindelijk de ideale samenwerking had gevonden. Misschien kwam het doordat Yolanda en Warja ondanks hun verschillen toch zussen waren en dezelfde manier van denken hadden. Misschien kwam het ook doordat Yolanda de wonderbaarlijke eigenschap bezat dat ze zich tijdelijk volledig naar de wensen van haar gesprekspartner kon voegen. Ze was in ieder geval heel erg goed in wat ze deed. Niet voor niets was ze tot de vierendertigste verdieping van de Dudocq-building gestegen.
‘Mooi,’ zei Yolanda aan het einde van Warja’s verhaal bedenkelijk. Ze sloeg haar notitieblok dicht. De floppy met daarop de door Bertolf gekopieerde patiëntfiles schoof ze er zorgvuldig tussen. ‘Mooi...’ In gedachten verdiept wipte ze met haar linkervoet. ‘Hoe lang

is de fraude volgens jullie al gaande?’
Dizzy begon aan een gewichtig antwoord dat er samengevat op neerkwam dat hij het niet precies wist.
Warja dacht na. ‘Mag ik...?’ vroeg ze, terwijl ze haar hand uitstak.
Voordat ze haar zin had voltooid, duwde Yolanda haar zilverkleurige pen al tussen Warja’s vingers. Warja krabbelde wat in haar Litsenburg-schrijfblok met aantekeningen. Toen Dizzy stopte met praten omdat hij merkte dat hij zijn luisteraars had verloren, keek ze even op. Precies in de grijsblauwe ogen van haar zus, die op haar waren gericht.
‘Ik snap wat je aan het doen bent,’ zei Yolanda. ‘Door de in het leven geroepen fictieve cliënten werken er op de noordvleugel ineens drie onderzoeksgroepen aan een kuur mee in plaats van zoals voorheen één. Aan de hand daarvan kun je berekenen hoe lang de fraude al moet lopen, wil de onderzoeksgroepsnummering in het halfjaar dat het sICAM-H-onderzoek bezig is tot het te hoge aantal van vierentwintig zijn gekomen... Wat is de uitkomst?’
‘Een halfjaar,’ antwoordde Warja. ‘Met het sICAM-H-onderzoek wordt al vanaf de start gefraudeerd... En als ik voor de


Plattegrond

z.o.z.