| Het feuilleton |
|
verkeerde klasse. ‘Het lijkt me een mooi beroep,’ zei de ober voorkomend tegen Warja. ‘Toen ik klein was, wilde ik niets liever dan boven in de vuurtoren klimmen en naar de schepen kijken.’
‘Je hebt er een fantastisch uitzicht,’


‘Toen ik klein was, wilde ik niets liever dan boven in de vuurtoren klimmen en naar de schepen kijken.’

beaamde Warja. Omdat ze de stilte die tussen haar en haar zus was gevallen wilde ontlopen, vertelde ze hem over schepen in nood en hoe angstaanjagend de storm rond de toren tekeer kon gaan.
‘Ik zou best willen ruilen,’ verzuchtte de ober hoffelijk.
|