| Het feuilleton |
|
borstel sneed door haar overvolle hoofd. De koorts was opnieuw gestegen. Haar rug deed pijn, haar neus liep, haar ogen traanden. Maar voor klagen was ze te trots.
‘Ga je straks mee naar de


‘Er werden kamervragen gesteld.’

commissievergadering?’ zei Dizzy flemend, terwijl hij via de spiegel haar blik zocht. ‘Ik kan wel wat steun gebruiken.’
‘Volgens mij rooi je het uitstekend zonder mij.’
‘We zijn een team. Jij zet de feiten uiteen, en ik zwets er net zo lang omheen tot iedereen de draad volledig kwijt is en doet wat wij willen.’
|