| Het feuilleton |
|
naast en schuin tegenover Warja waren dus vrij gekomen.
‘Natuurlijk,’ zei Warja.
De man nam op de stoel naast haar plaats, zijn vriendin aan de overkant van de tafel, rechts van Jeroen. Warja’s


‘Het dorp leed onder de nukken van de duivel, maar [...] Het was een gegeven, zoals onweer, winter en storm.’

nieuwe buurman nam een grote hap van zijn uitsmijter, kauwde krachtig en spoelde het eten weg met een slok koffie. ‘Kom jij hier na deze kuur nog eens terug?’ vroeg hij Warja vertrouwelijk, alsof hij wist dat hij op haar steun kon rekenen.
‘Nee, ik denk het niet.’
|
| Dizzy beschreef juist humoristisch de gang langs zijn vrienden, familie en kennissen die allen, op hun eigen manier, hadden geweigerd hem geld te lenen om de bank te kunnen afbetalen, toen een opmerkelijk lelijke man van in de vijftig Warja vroeg of hij naast haar mocht komen zitten. Mark en Dina waren een paar minuten geleden naar hun kamers gegaan, en de plaatsen |