| Het feuilleton |
|
opende hem gastvrij.
‘Goedemorgen,’ wensten een arts en een broeder haar. De broeder leunde op een rijdende tafel gevuld met de ochtendmedicatie. Warja had zich voorgesteld dat ze een pil met een glas


‘Staand op een van de bielzen van het Dudocq-spoorlijntje, keek Warja naar het reliëf van het paard op de Watertoren.’
 water zou krijgen, in plaats daarvan stonden er tientallen, kleine doorzichtige flesjes op de kar.
‘U bent Warja Nagtzaam, kamer NC6?’ informeerde de arts.
En toen ze de juistheid van zijn identificatie had bevestigd, stelde de
|