| Het feuilleton |
|
koorden de gordijnen open. Een hele kunst: omdat het raam naar voren helde, zat er aan de boven- en de onderkant een stroef lopende gordijnrail. De hemel was egaal grijs, alleen vier meeuwen zorgden voor een kleine onderbreking.


‘Er was een boogvormig raampje dat uitkeek over een bouwland met modderige tractorsporen.’
 Ze schoot haar spijkerbroek aan, en opende de deur. In de hoofdgang van Shedbouw Noord, langs de binnenplaats, stonden verspreid verontwaardigde groepjes mensen. Terwijl men zich gisteren naar gang of eettafel had gegroepeerd, viel Warja op dat er ineens een indeling naar sekse
|