stopte hem in haar broekzak.
Omdat de rij uit zes personen bestond,en met vanzelfsprekende bezitsdrang de hele breedte van het pad in beslag nam, moest Warja naar de modderige berm uitwijken. Ze deed snel een paar passen opzij, en zorgde dat de groep op een veilige afstand van minstens twee meter passeerde. Het leek op beleefdheid, maar ze was zich ervan bewust dat het hoofdzakelijk het gevolg was van de waarschuwing van de voorlichtster in het zachtgroene mantelpak. Mensen met badges en een sticker noemde zij in haar verbloemende jargon ‘cliënten’, en in plaats van te verbieden om hen aan te spreken, had ze uit medische overwegingen uitdrukkelijk afgeraden contact met hen te zoeken.
Normaal gesproken sloeg Warja waarschuwingen graag in de wind. Maar omdat het zestal er raar uitzag, en zich onbegrijpelijk gedroeg, was het onzichtbare gevaar waarop de voorlichtster doelde ineens minder abstract. Het was alsof de gedeelde zakdoek het stoffelijke bewijs was van de dreiging die de zes onbekenden in zich droegen.
Over een paar weken zou Warja een van hen zijn. Een cliënt van de Litsenburg Kliniek. Drie weken lang zou ze haar |
|
zakdoek met anderen delen. Ze zou een sweater kopen met een fladderend, niesend paard erop. Ze zou op een winterdag op het Nederlandse platteland over neushoorns praten, en ze rinocerossen noemen. Alsof ze zichzelf in de toekomst zag, keek ze het vreemde zestal na.
‘Wat doe je als je geen kinderen kunt krijgen?’ vroeg Warja, terwijl Femke vluchtig de post doorkeek, en daarna met haar wijsvinger de bovenste enveloppe openscheurde.
Femke vouwde het bankafschrift open, op zoek naar haar banksaldo. ‘Dat is nog helemaal niet aan de orde,’ zei ze.
‘Maar jullie proberen het al een tijdje...’
‘Dat is heel normaal.’
Het onderwerp van het gesprek was nieuw, maar de vorm waarin het was gegoten was al zo oud als hun vriendschap, die dateerde van hun studie geologie. Femke was tevreden met wat ze had en wist zeker dat ze dat in de toekomst ook zou zijn. Warja vond die karaktertrek aan de ene kant benijdenswaardig, maar aan de andere kant ook onbegrijpelijk, en probeerde door het opwerpen van hypothetische hindernissen de oorzaak van Femkes onverstoorbare rust te achterhalen. |
|
Maar na al die jaren was ze er nog steeds niet achter of het onverschilligheid was, gebrek aan voorstellingsvermogen, of de luxe naïviteit van iemand die nog nooit iets ernstigs was overkomen.
‘Ik vroeg me gewoon af of je bereid was om al die moderne geneeskundige rompslomp te ondergaan,’ zei Warja.
Ze wilde er nog een opmerking aan toevoegen over het egoïsme en de ijdelheid van ouders die met alle geweld hun eigen genetische materiaal willen doorgeven, toen ze het logo op de volgende enveloppe van de stapel herkende. ‘Krijg jij brieven van Dudocq!’ werd daarom haar volgende zin.
‘Dudocq?’ vroeg Femke. Ze nam de aan haar geadresseerde enveloppe met het groen-zwarte logo in haar hand, en keek er aandachtig naar. ‘Dudocq International, Recruitment & Organization,’ las ze op weifelende toon voor. Ze had duidelijk geen idee waarvoor het stond.
‘Heb je bij dat hypocriete bedrijf gesolliciteerd?!’
‘Natuurlijk niet,’ zei Femke. ‘Ik heb je een paar weken geleden nog uitgelegd dat ik voor Ivor en de baby thuis wil blijven. Ik ben helemaal niet op zoek |
|
naar een nieuwe baan. Maar dat vergeet jij telkens omdat je het belachelijk vindt.’
Ze keek de boze Warja aan, en begreep plotseling wat er aan de hand was. ‘Ik weet van niets,’ verzekerde ze haar vriendin haastig. ‘Ik heb hun niet geschreven. Ze sturen mij dit zomaar, misschien is het reclame.’
Intussen had ze de enveloppe opengescheurd. Ze las de brief vluchtig

advertentie
|
 |
|
Anjet Daanje: Veelvuldig en alleen Winkelprijs: € 19,90 |
Kees 't Hart (Leeuwarder Courant):
‘Een zeer bijzonder boek.’ |
|