de overkant van de straat. Daar loopt een groepje lawaaiige jongens van zijn leeftijd. Een van hen heeft een voetbal waar hij mee op de stoep stuitert.
JONGEN MET BAL (roepend)
Hé, doe je mee?
Rutger remt en stapt af. Hij opent zijn mond om te antwoorden, maar dan steekt een jongen die schuin achter hem op de stoep liep, de straat over naar de groep jongens. Rutger begrijpt dat ze het tegen die jongen hadden, en stapt gauw weer op zijn fiets.
RUTGER
Ik had toch geen zin.
Terwijl hij verder fietst kijkt hij over zijn schouder naar de jongens.
RUTGER (tegen de kijker)
Dit is mijn huis.
Rutger stapt van zijn fiets. Hij stopt zijn hand in zijn broekzak en diept er een sleutel uit op. Hij wil hem net in het slot van de voordeur steken, als de deur opengaat, en er een zwaar opgemaakte, geblon-
deerde vrouw in een lange jas naar buiten komt. Het is zijn moeder. Terwijl ze Rutger passeert streelt ze
met haar hand door zijn haar, en kust hem op zijn wang. Hij probeert onder haar liefkozing uit te duiken, maar hij lacht en vindt het stiekem toch leuk.
RUTGER (lacherig tegen de kijker)
Mijn moeder.
MOEDER
Tot vanavond, liefje.
Frank opent uitnodigend het portier van de gepar-
keerde auto waarin hij op de moeder zit te wachten. Zij loopt naar hem toe en stapt in. Frank en de moeder kussen elkaar. Rutger kijkt naar hen. Dan rijdt hij zijn fiets de gang in en sluit de buitendeur achter zich.
© IJswater Films/Anjet Daanje, 2003 
IV-25 IV-26