|
 
Plattegrond van de bovenverdieping |
Fragment (blz. 31 t/m 37)
Ik luister naar haar ontspannen ademhaling, en regel automatisch de mijne in hetzelfde ritme, zodat de slaapkamer, het huis, de hele wereld op de maat van haar dromen wiegt. Gewoonlijk probeer ik dan te raden wat er in haar omgaat, maar nu is het genoeg dat ze naast me ligt en vredig slaapt. Ik ben geluk-
kiger dan ik me kan herinneren ooit te zijn geweest. |
|
|
Het maakt me alleen niet kalm.
Ik lig wakker en herhaal in gedachten de gebeurte-
nissen van vanmiddag. Het hoe en waarom, de volg-
orde, de grote lijnen en de details, mijn gevoelens en mijn gissing naar de hare. In de wirwar zoek ik de gewaarwordingen uit die me onmiddellijk terugvoe-
ren naar de bloederige wellust. Het is weliswaar voorbij, maar de herinnering, indien zorgvuldig onderhouden, kan vrijwel hetzelfde effect sorteren als de authentieke situatie. De truc is er niet te
weinig aan te denken, want dan vergeet je, en ook niet te veel, want dan slijt het.
Halverwege de nacht ga ik naar de wc, en zie mezelf passeren in de badkamerspiegel. Ik blijf een tijdje op de wastafel geleund staan kijken. Ik heb vrien-
delijk lichtbruine ogen, zwart haar dat bescheiden achteruitwijkt, een brede mond met een glimlach die chocola en ijs zoet. Ik zie eruit als een man die suiker verkoopt, niet als een moordenaar. En toch ben ik dat. Ik heb een vrouw vermoord. Fluisterend rolt het woord over mijn tong. Het is voor het eerst |
|
|